200 mijls Solo 1998

30 september - 4 oktober

aantal deelnemers    

ingeschreven:          31

gestart:                      29

gefinished:                19

Het palaver was op woensdagmorgen om 09.00 uur, waarna er om 10.00 uur gestart zou worden..
Dus aan het eind van het palaver iedereen snel naar zijn boot terug, de laatste kleine dingetjes regelen en zo snel mogelijk naar het startschip.

Vlak bij de M1 lag het startschip. De startlijn lag tussen het startschip en de M1. Die lijn passeerde ik om 10.10 uur en werd ik vriendelijk uitgezwaaid door het startschip. De 200mijls Solo 1998 voor mij begonnen.
Ik starte onder vol tuig, maar al snel moest ik de Genua 1 verwisselen voor de Genua 2 .
Na het passeren van het Paard van Marken was de wind al aardig toegenomen en moest het 1e rif al in het grootzeil worden gezet.
Om 12.05 uur werd de MN1GZ2 gerond. Om 13.35 uur werd de Nek gerond en om 15.25 de OVD 3. Hierna besloot ik langs de zuidzijde van de dijk Lelystad - Enkhuizen naar Enkhuizen te varen en daar de sluis te passeren, vanwaaruit het naar de WV14 bij Den Oever zou gaan. Hier moest de keus worden gemaakt voor de te varen route.
Maar dat zou heel anders uitpakken.

Tussen Lelystad en Enkhuizen ter hoogte van het in de kaart getekende visserijgebied wilde ik even wat aan de verstaging veranderen.
Even wat strakker zetten, omdat met die stevige wind de binnen verstaging toch iets doorzakte.
Dus de boot op de stuurautomaat en naar voren om de verstaging wat strakker te draaien.

Bij het terug gaan naar de kuip, kwam er plotseling een golf en een windschifting, waar door de boot een klapgijp maakte.
Dit alles ging zo snel, dat ik de overkomende giek niet kon ontwijken en die vol op de zijkant van m´n gezicht kreeg en dat bij zo'n 6 Bft.
Het eerste resultaat was een hoop bloed, een gebroken neus en veel pijn in het gelaat.
Het eerste bloeden trachten te stoppen met een handoek en dat lukte na een tijdje, na wat watjes in de neus ging dat redelijk.

Inmiddels was Rodney Clarck, die op zo'n 300 m bij me vandaan voer langszij gekomen en vroeg hoe de situatie was.
Groot houdend, zei ik dat het wel ging en dat ik door zou varen naar Enkhuizen, naar de Compagnieshaven.

Na enige tijd was de pijn weggezakt, doordat het continue regende en het erg koud was, maar voelde ik wel dat alles nogal gezwollen was.
In de sluis keken de mensen me nogal vreemd aan, maar zeiden verder niets. Aangekomen bij de Compagnieshaven stonden er al een aantal zeilers op me te wachten, o.a Rodney Clarck en Herman Tieman.

Het blijkt dat je in zo'n situatie rare dingen doet, want ik wilde gewoon doorgaan. Tenslotte had ik maar een gebroken neus en dat was wel vaker gebeurd. Zo te voelen stond hij er nu beter bij dan voorheen.
Eerst maar eens wat eten. Van thuis had ik voor de eerste dag Chili-Concarne meegenomen en bij de eerste hap al wist ik dat er meer aan de hand was.
Ook bij mijn bovenkaak was er het een en ander mis, dus zou het toch een dokter worden.
Maar onbekend als je bent in Enkhuizen, hoor je dan dat er in Enkhuizen geen ziekenhuis is en dat het dichtsbijzijnde ziekenhuis in Hoorn is.
Maar door inpraten van de mannen en mijn echtgenote toch besloten een dokter op te zoeken.
Na een tijdje door Enkhuizen te hebben gelopen, en natuurlijk geen dokter opgezocht (lekker eigenwijs), weer terug naar de boot.
Inmiddels was ik er wel van overtuigd, dat ik de 200myls niet verder kon uitzeilen dit jaar.
Ik besluit, wat een kronkel eigenlijk, na een wat paracetamol en een paar Berenburgers te gaan slapen en de volgende morgen terug te varen naar Almere. Want stel dat ze je in dat ziekenhuis houden en dan ligt je boot in Enkhuizen.

De volgende morgen nadat een ieder vertrokken is en na weer een paar paracetamolletjes weer de sluis door richting Almere. Gelukkig regende het nog steeds en was de temperatuur ook nog zeer laag, zodat ik nagenoeg geen pijn voelde.

Ter hoogte van Muiden het startschip opgebeld en me afgemeld. Natuurlijk waren die allang door anderen op de hoogte gesteld van mijn ongevalletje.
Ik had mijn zoon gebeld dat hij me in de haven van Almere-Haven moest ophalen met de auto en dat hij de papieren voor het ziekenhuis moest meebrengen. Die stond dus in de haven te wachten met een draaiende motor en omdat het zo koud was had hij de kachel aanstaan.
Nou dat heb ik geweten. Had ik tot nu toe nagenoeg geen pijn gehad, dat haalde ik nu in.

In het ziekenhuis aangekomen werden er bij de Eerste Hulp foto's gemaakt.
Na het opmaken van het verslag, waarbij ik vertelde dat het gisteren gebeurd was en dat ik terug was komen zeilen vanuit Enkhuizen, kreeg ik van de betreffende arts verschrikkelijk op m'n flikker, om het zo maar eens te zeggen, want het bleek dat buiten m'n neus, de bovenkaak op een paar plaatsen was gebroken en dat een deel naar binnen was gedrukt.
Thuis gekomen dorst ik voor het eerst in de spiegel te kijken. Een paar blauwe ogen en een blauw gekleurd gezicht konden toch nog terug glimlachen.
Gelukkig is dat allemaal na een snel volgende operatie weer goed gekomen en zag het er na verloop van tijd weer redelijk uit en vond ik mezelf weer een knappe jongen.

Slotbeschouwing

Het gekke is, dat je als in zo'n wedstrijdtocht bezig bent dat je eigenlijk ten koste van alles verder wilt gaan.
En toen ik daar dan, na die klap, op dat dek lag, dat er dan alléén maar door je heengaat, bijblijven, bijblijven, anders ga je overboord en dat bijblijven lukt dan ook nog.
Voor mij was deze 200 myls Solo dus eigenlijk al op de 1e dag voorbij.
Maar gelukkig is er volgend jaar weer een 200myls Solo.

Deelnemers 200myls Solo 1998