Hoe "doe" je familieonderzoek of met een duur woord "genealogie".

Kort gezegd: je begint bij jezelf en probeert de film daarna zo ver mogelijk terug te draaien.
Eerst werk je tientallen jaren terug aan de hand van akten van de burgerlijke Stand en met de gegevens uit het bevolkingsregister.

De burgerlijke Stand begint in de loop van het jaar 1811 en bevat ruwweg;

Geboorteakten (aangever en twee getuigen met hun namen, adressen en beroepen, zomede de leeftijden).
     Openbaar van 1811 - 1882.

Huwelijksakten (tientallen jaren lang met vier getuigen).
     Openbaar van 1811 - 1892.

In de verschillende archieven in de provinciehoofdsteden bevinden zich bovendien de voor familieonderzoek zo belangrijke;

Huwelijksbijlagen en Overlijdensakten (aangever en een getuige, met hun namen, adressen, leeftijden en beroepen).
     Openbaar van 1811 - 1892.

Het bevolkingsregister werd wat Amsterdam betreft omstreeks 1851 ingesteld en is tot circa 1890 openbaar.
Hierin vinden wij per woning de bevolking met geboortedata, adressen en beroepen en ook hun Godsdienst, zomede de datum van vestiging in Amsterdam, vertrek naar een andere Gemeente en verhuizing binnen de eigen Gemeente.
Vóór 1851 is het, door het ontbreken van een bevolkingsregister, vaak veel moeilijker vast te stellen waar de mensen vandaan kwamen of heengingen.

Wel willen de lidmatenboeken van de verschillende kerkgenootschappen nog wel eens uitkomst brengen, maar deze zijn niet altijd gemakkelijk te raadplegen omdat ze vaak bij de betreffende kerken zijn blijven berusten.
Vóór 1811 zijn de gegevens heel beknopt en vallen wij terug op de Doop-, Ondertrouw- en begraafboeken der diverse kerken. bijna al deze boeken bevinden zich in de Rijks- en Gemeentearchieven en zijn openbaar.
Het opzoeken van gegevens is moeilijker door de veelal onjuiste of onvolledige schrijfwijze. Men ging vaak alleen maar op het gehoor af.
Om familierelaties vast te stellen zijn de namen der doopgetuigen vaak een uitkomst.

De ondertrouwakten van Amsterdam zijn in zoverre een unicum, dat zij door het bruidspaar moesten worden ondertekend, iets dat verder in Europa nauwelijks voorkomt.
Trouwen was bijna altijd op Zondag, direct na afkondiging van het derde gebod.

Begraafboeken zijn in vele plaatsen voor 1811 niet aanwezig. Amsterdam heeft er een groot aantal, geordend per kerkhof of kerk.

Andere hulpmiddelen zijn de poorterboeken.
Maar lang niet iedereen was poorter omdat het bedrag ad Hfl. 50,-- (althans te Amsterdam) voor de meeste mensen te hoog was.
Kinderen konden het poorterschap gratis krijgen indien hun vader poorter was en andere mogelijkheid voor een man om het gratis te verkrijgen was te trouwen met een poortersdochter of een poortersweduwe.
Het eerste deed zich bij de familie Petrus voor.

Waar woonden de mensen?

Voor de invoering van het bevolkingsregister is dat niet van het ene adres naar het andere te volgen.
Tussen 1811 en 1851 is dit het best op te maken aan de hand van de geboorte- en sterfakten of van de huwelijksbijlagen.
Huisnummers waren er heel vroeger niet. Die kwamen in Amsterdam pas in 1795. Men noemde het, het kleinnummersysteem.

Als voorbeeld de Rozengracht. Men begon aan de Noordzijde bij de Ravensbrug met Nr. l. Het liep met één nummer tegelijk op tot de Lijnbaansgracht.
Aan deze kant begon aan de Zuidzijde de verdere nummering tot de prinsengracht weer werd bereikt.
Op deze wijze lag het hoogste nummer tegenover het laagste.

Dit niet al te gekke systeem werd in 1852 vervangen door de buurtnummering. De stad werd verdeeld in buurten A tot en met Z en AA tot en met ZZ - de "pijp" b.v. werd buurt IJIJ.
Alle straten, grachten enz. die in dezelfd buurt lagen werden doorlopend genummerd met het buurtletter(s) er voor.
Maar grote straten en grachten liepen door verschillende buurten en dan gaf de nummering snel aanleiding tot misverstanden.

Daarom werd in 1875 een nieuwe nummering doorgevoerd, welke tot op heden werd gehandhaafd.
In 1852 en 1875 werden boeken uitgegeven met behulp waarvan de overgang van het ene nummer op het andere betrekkelijk eenvoudig is vast te stellen.

Wat de Hervormde Kerk betreft een enkele opmerking. De naam als zodanig komt pas voor bij de scheiding van Kerk en Staat in 1810, daarvoor spreekt men van de Gereformeerde Kerk.
Deze mogen we vooral niet te verwarren met wat wij nu als Gereformeerde Kerk kennen.
Deze immers ontstond in 1892 door de vereniging van de Afgescheidenen uit 1836 met de Dolerenden uit 1886.

De Nederlands Hervormde Kerk is dus de voortzetting van de Gereformeerde of Publieke Kerk tijdens de Republiek der Verenigde Nederlanden en is de oudste protestantse kerk in Nederland. De naam werd vastgelegd in het Algemeen Regelement van 1816.

De naam PETRUS wordt in dit hele verhaal steeds als achternaam gebruikt.
Het is bekend, dat vele mensen eerst in 1811 een eigen achternaam kregen, maar in de grotere plaatsen was dit in de meeste gevallen al eerder.

De opzet van deze familiegeschiedenis is als volgt:
Uitgaande van de eerst bekende Petrus werd steeds een compleet gezin gevormd.
Uiteraard voor zoverre dit aan de hand van de gevonden gegevens mogelijk was.
De naam van de man die voor de voortzetting van belang was is onderstreept en komt met het volgende gezin.
Er zijn uit sommige gezinnen meer zoons gehuwd die weer kinderen kregen.
Getracht is van deze kinderen de overlijdensdatum of begraafdatum vast te stellen ter wille van de completering van de gegevens van dit gezin, maar dit is lang niet altijd gelukt.

Wel is het aardig, dat alle beroepen, wat de rechte lijn betreft, te vinden waren en daar zijn zeer uiteenlopende bij.
Of de eerste petrus van Zwarte piet afstamt kon niet worden vastgesteld.
Maar waarschijnlijk was hij één van de Spanjaarden die rond 1674 Leiden belegerden.

Voor 1728 was niets te vinden en op mededelingen uit Granada zullen wij maar niet rekenen.
Terugzoekend in de rechte lijn komen de meeste toch niet verder dan rond 1600-1700 en wat dat betreft zijn we wel geslaagd.
Vóór 1811 is de geboortedatum meestal niet bekend al vinden wij in een groot aantal van de Amsterdamse "Gereformeerde" doopboeken deze datum wel in het tijdvak 1795-1811.

Amsterdam, mei 1969
P. Oost-Indië  †


En Jezus, wandelende aan de zee van Galiléa, zag twee broeders,
(namelijk) Simon, gezegd Petrus, en Andréas, zijnen broeder,
het net in de zee werpende (want zij waren vissers).
En Hij zeide tot hen:
Volgt mij na, en Ik zal u vissers der mensen maken.

Mattheus 3 vs. 18 en 19
(Statenvertaling)


Deze tekst is niet bij toeval gekozen.
Is het niet merkwaardig, dat in het 1e bekende gezin Petrus, zowel de vader als twee van zijn kinderen de naam Simon droegen en een ander kind naar de naam Andries luisterde?

Een beter begin voor een stamboom lijkt niet denkbaar.

Piet Oost-Indië, de opsteller van dit stuk was een zwager van mijn vaders broer en hij was degene die met de stamboom Petrus is begonnen als verjaardagscadeau voor zijn zwager.
Hij was de drijfveer die mij er toe aanzette om met stamboomonderzoek (genealogie) verder te gaan.